Het toezicht op de Nederlandse banken is tijdens de kredietcrisis zwaar tekort geschoten. President Wellink van waakhond De Nederlandsche Bank (DNB) wordt nog gehoord, maar hij zal moeten reageren op de conclusies gisteren van de eerste verhoorden bij de parlementaire onderzoekscommissie-De Wit: te laat en te zwak ingegrepen, zonder harde sancties. Nederland moet bovendien, ondanks nieuwe regels, niet de illusie hebben dat het in de internationale financiële wereld de voortdenderende bonuscultuur kan veranderen. Dat bleek gisteren op de eerste dag van deze parlementaire verhoren onder leiding van SP-Kamerlid De Wit. Die zoekt naar de oorzaken van de kredietcrisis en welke lessen zijn te trekken.
De verhoorde Rabobank-bestuurder Bruggink vond dat de toezichthouders van DNB vooral te weinig deden bij banken die weinig reserves aanhielden om potentiële verliezen af te dekken. Bruggink hoeft niet meer regelgeving, laat staan extra Europese toezichthouders. In de praktijk moet DNB bij de geringste signalen vooral sneller ingrijpen, zo liet hij blijken.
Oud-minister van Financiën Ruding, die ook jaren als bankier bij Citigroup werkte, maakt zich „grote zorgen over gebrekkige voortgang van maatregelen in VS”. Bij 38 Amerikaanse banken kregen handelaren vorig jaar €100 miljard aan bonussen, 20% meer dan het jaar daarvoor.
Om in te grijpen bij deze grote banken is een „fundamentele wijziging” in het toezicht nodig, vindt Ruding. De waakhonden hebben wereldwijd fouten gemaakt. Maar de nieuwe maatregelen in Nederland lopen internationaal inmiddels wel mee in de voorhoede, concludeert Ruding. „Dat is zo slecht nog niet.” Zijn zorgen gelden de raad voor commissarissen – daar ontbreekt het aan praktijkkennis om met gezag te kunnen optreden.
Bruggink plaatst het begin van de kredietcrisis in augustus 2007. „Toen vielen de liquiditeiten en met geld lenen een bkr registratie opeens massaal weg. Dat gebeurde na de aanslag op de Twin Towers ook, maar dat herstelde zich snel. In augustus 2007 niet meer.”
Al in 2004 waren er signalen dat de luchtbel zou knappen.
Economen Roubini en Schiller waarschuwden. „We wisten van de onevenwichtigheden, dat die gevaar brachten. Maar je weet niet wanneer het precies gebeurt”, aldus directeur Teulings van het Centraal Planbureau. Achteraf blijken „de voorspellende presentaties van het CPB niet echt heel geweldig”, erkende hij. Volgens Teulings blijkt ondanks alle kennis in Nederland het toezicht op de financiële sector onvoldoende. Maar „de risico’s werden ook verdoezeld voor klanten en voor toezichthouders”, zei hij.
Het faillissement van de IJslandse internetbank Icesave, waarbij duizenden Nederlandse internetspaarders werden gedupeerd, is voor econoom Sweder van Wijnbergen illustratief voor het ’klungelige’ Nederlandse toezicht.
De bankroete bank overtrad regels en afspraken met DNB. President Wellink van DNB twijfelde over ingrijpen om een run on the bank van klanten te voorkomen.
„Maar de keuze die voorlag was juist: wordt het een kleine of grote run op deze bank? Het werd daardoor het laatste”, aldus Van Wijnbergen. Hij wil een veel agressievere waakhond en stelt de Amerikaanse praktijk als voorbeeld: ’s ochtends valt de toezichthouder binnen, sluit de bank hermetisch en haalt de internetpagina’s direct uit de lucht. Wellink verzuimde telkens krachtdadig in te grijpen toen problemen met laatste bkr nieuws zichtbaar werden bij Icesave, ABN Amro en DSB Bank, concludeerde hij.
Het toezicht faalde eigenlijk al sinds 2000, vindt Van Wijnbergen. „Ze hebben gemist wat er toen aan onevenwichtigheden in het banksysteem is geslopen.” Het toezicht zou volgens hem nog steeds niet voldoen als nu in Amerika een grote bank onderuit gaat.
De Tweede Kamer roept om harde ingrepen in de financiele sector. Maar de hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam vreest dat „de politiek de uitwassen van gisteren gaat verbieden”. Het is aan bankiers zelf om het dagelijkse toezicht te leveren.
Oud-bankier Ruding, jaren op Wall Street actief, waarschuwde gisteren dat Nederland in de internationale financiële wereld maar beperkt aan de regels kan sleutelen. En het idee om machtige banken in mootjes te hakken of bankbalansen af te slanken, om zo risico’s te spreiden, vindt hij niet realistisch. „Dat helpt Nederland niet verder.”
Uit de eerste verhoren bleken al aanbevelingen. Behalve strenger toezicht en hogere bankreserves is een jaarlijkse kwaliteitstoets voor de raad van commissarissen gewenst. Ook zitten er teveel juristen in het bestuur en te weinig economen, zegt Van Wijnbergen, waardoor kennis van de harde financiële wereld ontbreekt.
Lees meer:

{ 9 trackbacks }