Er dreigde begin deze week een nieuw conflict binnen het kabinet: premier Jan Peter Balkenende (CDA) en vicepremier Wouter Bos (PvdA) stonden weer eens lijnrecht tegenover elkaar.
Wie heeft gelijk?
Topeconoom prof. Sweder van Wijnbergen (oud-secretarisgeneraal van Economische Zaken) windt er geen doekjes om: hij zou geschokt zijn wanneer het kabinet juist nu zou komen met draconische maatregelen. Het tornen aan de hypotheekrenteaftrek zal volgens hem een bankencrisis veroorzaken die zijn weerga niet kent. “Alle Nederlandse banken zullen dan binnen een half jaar zijn genationaliseerd, omdat het onderpand van de hypotheken met tientallen procenten zal zijn gekelderd. Zelfs de Rabobank komt dan in diepe problemen.” Andere economen lijken minder somber.
Mij lijkt in ieder geval vast te staan dat, indien nu aan de hypotheek- renteaftrek zou worden getornd, (jonge) aspirant-kopers nog terughoudender zullen worden, waardoor de huizenmarkt in nog grotere moeilijkheden komt dan nu reeds het geval is. Een totale kopersstaking dreigt dan.
Moet er dan helemaal niets worden gedaan?
Mij lijkt op één punt een aanpassing van de hypotheekrenteaftrek wel wenselijk. Wat is het geval? De laatste jaren is helaas steeds meer in zwang gekomen dat huizenkopers een hypotheek afsluiten waarop niet (of nauwelijks) wordt afgelost. De banken hebben hier uiteraard voordeel bij. Zij zijn vaak bereid zelfs meer dan de executiewaarde, ja, zelfs meer dan honderd procent van de aanschafwaarde te financieren (als de klant maar een hogere rente betaalt). Zo ontvangen de banken gedurende (bijvoorbeeld) dertig jaar rente over de totale hypotheekschuld (inclusief overdrachtsbelasting en notariskosten). Nadeel voor de huizenbezitter is dat hij na dertig jaar betaling geconfronteerd wordt met een schuld gelijk aan de hoofdsom van de oorspronkelijke hypotheek. In de afgelopen jaren is deze aflossingsvrije hypotheek (door adviseurs) vooral verkocht onder het motto dat door de inflatie de schuld in de loop van de tijd in feite vermindert en dat de huizenprijzen jaarlijks stijgen.
Beide veronderstellingen zijn door de huidige financiële en economische crisis volkomen ontkracht.
Vroeger kende men uitsluitend (of in hoofdzaak) zogenaamde annuïteithypotheken: een hypotheekovereenkomst werd in principe voor dertig jaar aangegaan. Gedurende die gehele periode werd door de consument maandelijks eenzelfde vaste last betaald, bestaande uit een gedeelte aflossing en een gedeelte rente. In de beginjaren is de renteaftrek maximaal en de aflossing minimaal. Een voordeel voor zowel de consument, de bank, de huizenmarkt als de schatkist.
Hoe zit dat?
Voordeel voor de huizenkoper bij een annuïteithypotheek: hij weet vooraf precies wat zijn lasten zijn gedurende de gehele looptijd van de hypotheek en na dertig jaar heeft hij geen schuld meer. Integendeel hij heeft (ongemerkt) een belangrijke som gespaard (de waarde van het huis). Voordeel voor de bank is dat er minder gevallen zullen zijn waarin de huisbezitter niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen en de bank dus (uiteindelijk) tot executie moet overgaan. Dat laatste is ook een voordeel voor de huizenmarkt als geheel. Geen verstoring door talloze executieveilingen.
Voor de staat heeft de annuïteithypotheek het voordeel dat de renteaftrek niet meer over de totale schuld kan worden afgetrokken, maar in feite over de helft (de gemiddelde looptijd van de schuld bedraagt bij een annuïteithypotheek immers geen dertig, maar slechts vijftien jaar).
Ik pleit er daarom voor dat het kabinet niet tornt aan het principe van de hypotheekrenteaftrek, maar dat het verbiedt (op straffe van weigering van aftrek) dat banken nog langer aflossingsvrije hypotheken verstrekken.
Dat is beter voor zowel de consument als de schatkist.
Tjerk Westerterp is oud-minister van Verkeer en Waterstaat en oud-voorzitter van de Optiebeurs Amsterdam

Lees meer:
Comments on this entry are closed.