Een kapitale blunder? Nee, maar wel een dure beslissing. Zo wilde voormalig ABN Amro-bestuurder Wilco Jiskoot de opsplitsing en overname van zijn bank wel kwalificeren. „Als het niet gebeurd was, had de overheid de 25 miljard euro die nu in ABN gestoken is, wellicht in de zak kunnen houden”, verduidelijkte hij desgevraagd.
Jiskoot was vanmorgen de eerste van drie oud-ABN Amro-kopstukken die gehoord werden door de parlementaire commissie die de kredietcrisis onderzoekt. Na Jiskoot trad voormalig bestuursvoorzitter Rijkman Groenink aan en later vanmiddag zou ook voormalig president-commissaris Arthur Martinez voor de commissie verschijnen.
Waarom de commissie de overname van ABN Amro tot centraal thema van een deel van de verhoren maakt, is onduidelijk. De strijd speelde zich midden in de kredietcrisis af, dat wel. De overname door het consortium van Royal Bank of Scotland (RBS), Santander en Fortis werd in oktober 2007 bekrachtigd, twee maanden na het uitbreken van de crisis. De nasleep ervan, het instorten van Fortis en de nationalisering van Fortis Nederland en ABN Amro in oktober 2008, waren wel een direct gevolg van de kredietcrisis.
De vragen van de commissie aan Jiskoot en Groenink spitsten zich toe op de rol die zowel het ministerie van Financiën als toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) had gespeeld in de overname. Groenink sprak vooral zijn ongenoegen uit dat in het informele circuit, voorafgaand aan een daadwerkelijk bod, niet veel duidelijker door Financiën en DNB tegen het consortium gezegd is dat het opsplitsen van een bank hoe dan ook niet op een verklaring van geen bezwaar zou mogen rekenen. „Dat vind ik nu en dat vond ik toen al”, zei hij. „Dat advies heb ik ze ook gegeven.”
Ook Jiskoot vertelde dat hij zelf grote twijfels had over de risico’s van een opsplitsing en dan met name de operationele en financiële risico’s. „Het opknippen van het betalingsverkeer is erg complex. En inmiddels is ook duidelijk dat zowel Fortis als RBS onvoldoende gekapitaliseerd was om de overname te dragen.” Jiskoot heeft deze bezwaren ook overgebracht aan de toezichthouder, maar hij wist niet wat daarmee gebeurd was. Hij wilde de term „verwijt” niet overnemen van commissielid Schippers, die hem ondervroeg.
Jiskoot nam wel stevig afstand van suggesties als zouden zowel Fortis als Royal Bank of Scotland de problemen die zij nu hebben in de crisis, geïmporteerd hebben bij de overname van ABN. „Een paar miljard kan, zeker bij RBS, die namen onze zakenbank over, maar 20 miljard euro boekverlies die genoemd is, is niet reëel. En Fortis heeft alleen maar delen van ABN gekocht waar geen problemen in zitten.” Groenink zei dat hij toen al wist dat Fortis zich aan het bod zou vertillen.
Jiskoot: „Wij wilden er voor onze klanten zijn en handelden maar zeer bescheiden voor eigen rekening”. Toch moest hij erkennen dat van de 100.000 werknemers er formeel slechts 10.000 zich met directe klantcontacten bezighielden „en in de praktijk waarschijnlijk nog minder”. Persoonlijk had hij juist veel tijd aan klanten besteed, zoveel zelfs dat collega’s hem dat verweten.
Jiskoot maakte korte metten met een opmerking van Wellink eerder deze week dat er geen bankiers zouden zijn die handelen uit moral hazard, meer risico’s nemen dan gezond is in de wetenschap dat de overheid bijspringt als het fout gaat. „Natuurlijk speelde dat bij de bank”, zei hij. Hij pleitte ervoor de regels zo aan te passen, dat overheidsingrijpen in de toekomst niet meer nodig is. „Hogere kapitaalbuffers bij banken en meer kapitaal aanhouden bij risicovollere beleggingen”, vatte hij samen.
Jiskoot keerde zich tegen het plan van Obama om banken te splitsen in een zakenbank en een nutsbank met zonder geld lenen toetsing. „Voor Amerika zou dat kunnen, daar is die scheiding tot 2000 er sinds de Grote Depressie geweest. Maar in Europa zie ik er niets in.” Hij zei dat het voor het Nederlandse bedrijfsleven „levensgevaarlijk” zou zijn als er geen nationale banken meer zouden zijn die hen internationaal op alle vlakken kunnen bijstaan.
Lees meer:
