Aan de langverwachte hoorzittingen die een definitief beeld moeten schetsen van de heftigste financiële crisis in generaties, gaan voor Rachel Goldberg een zenuwachtige negentig minuten vooraf. Goldberg blijft maar rondjes lopen door de nog lege zaal in het Congres. Ze werkt bij Goldman Sachs – Government Affairs staat op haar kaartje – en vandaag is ze ervoor verantwoordelijk dat de hoorzitting van haar hoogste baas, een van Amerika’s meest gehate zakenmannen, zo soepel mogelijk verloopt.
Goldberg overlegt nog een laatste keer over de veiligheid van de bankier, Lloyd Blankfein. Dan belt ze. „Hij hoeft niet door de gang.” Buiten staan meer belangstellenden dan de zaal aankan. „Maar onder de beveiliging bij de voordeur komen we niet uit.” Dan worden er nog instructies gegeven – „niemand mag vandaag met zijn ogen rollen” – en windt Goldberg zich erover op dat de naambordjes van de in totaal vier bankiers die komen getuigen omgewisseld zijn. Bij nader inzien staan ze op alfabetische volgorde, waardoor Blankfein als eerste aan de beurt is en het misverstand kan ontstaan dat hij hoofdverdachte is. „Vandaag zit vol met dit soort kleine dingen”, zegt Goldberg. „Niemand weet wat ons te wachten staat.”
Vandaag maakt de commissie-De Wit in Den Haag de planning bekend van het parlementair onderzoek naar de financiële crisis. Gisteren al begon in Washington het openbare werk van de Financial Crisis Inquiry Commission, de onderzoekscommissie naar de crisis die alom vergeleken wordt met zowel de zogeheten Pecora-commissie die in de jaren dertig de aanzet tot de Grote Depressie onderzocht. Maar dan met meer macht: deze commissie mag getuigen die niet komen opdagen dagvaarden.
De voorzitter, de voormalige financiële man van de staat Californië, benadrukt dat het commissiewerk een uitlaatklep kan zijn voor de woede van miljoenen Amerikanen jegens Wall Street. „Mensen zijn boos”, zegt voorzitter Phil Angelides. „Ze hebben groot gelijk. Dat Wall Street recordwinsten behaalt en recordbonussen uitdeelt vlak na miljarden dollars aan overheidssteun, terwijl zoveel families hun best moeten doen overeind te blijven, draagt alleen maar bij aan bkr registratie met lenen.”
De vier bestuurders – naast Blankfein zaten Jamie Dimon van JPMorgan Chase, John Mack van Morgan Stanley en Brian Moynihan van Bank of America achter de tafel – zijn bekend met die toorn en lijken hun opstelling erop afgestemd te hebben. Dit is de gezamenlijke strategie: ze bekennen nederig schuld en zeggen van de crisis geleerd te hebben. Om daarna stevig van zich af te bijten.
Eerst die deemoedigheid. Blankfein: „We hebben onszelf zelfgenoegzaamheid aangepraat.”
Dimon: „We hebben fouten gemaakt.”
Mack, over de hypotheekmarkt: „We hebben van onze eigen koekjes gesnoept, en we zijn erin gestikt.”
Moynihan: „Wij als financiële sector hebben de mensen op Main Street veel schade berokkend. In eerste instantie moeten we ons bekwamen in bescheidenheid.”
Maar dan volgt meteen de tegenaanval. Toezichthouders zijn tekortgeschoten, de wetgeving was niet afgestemd op de complexiteit van de financiële markten. En iedereen overdreef. Mack vertelt dat zijn dochter tijdens de crisis verward van school naar huis belde. „Daddy, wat is een een financiële crisis?” Dat is iets dat elke vijf of zeven jaar plaatsvindt, had hij geantwoord. „Waarover maakt iedereen zich dan zo druk?”
De hoorzittingen ontaarden al snel in twistgesprekken. Neem bijvoorbeeld deze gedachtewisseling tussen Blankfein en commissie-voorzitter Angelides. Goldman Sachs wordt ervan beschuldigd hypotheekproducten en met geld lenen een negatieve bkr te hebben verkocht en tegelijkertijd op een waardedaling te hebben gegokt.
Angelides: „Vind u dat fatsoenlijk?’’
Blankfein: „Het korte antwoord is dat de markt zo werkt.”
„Maar is het ethisch verantwoord? Mensen zijn er veel geld door kwijtgeraakt.”
„We zijn marktpartijen, we verhandelen een product.”
„Het was alsof u een auto met een kapotte rem verkocht en tegelijkertijd een verzekering afsloot op de bestuurder van die auto.”
„Wij doen zaken met professionele beleggers.”
Blankfein bedoelt: die weten wel wat ze doen. „Maar laat me ú eens wat vragen.”’
Angelides: „Ik wil het over iets anders hebben.”
„Nee”, kapt Blankfein hem af, „ik wil even duidelijk maken hoe belangrijk dit voor ons is. Mensen vragen aan ons of een product aan waarde wint of verliest. Niemand die het weet. Wij maken duidelijk wat die producten zijn. Dat doen wij. Zo werkt een markt.”
„Ik weet wat een markt is! Maar heeft u altijd alles duidelijk genoeg gemaakt?”
Et cetera.
Daarna herinnert een ander commissielid, Heather Murren, de bankiers aan hun uitlatingen dat wat ze voor de crisis deden in die tijd de norm was. „Nu zijn de tijden veranderd: miljoenen zijn werkloos, raken hun huis kwijt, er wordt echt geleden. Passen uw bonussen bij dit tijdsgewricht?”
De vier topbankiers vertellen over bonussen die in aandelen worden uitgekeerd en dat het bonusseizoen pas volgende week begint. Brian Moynihan van Bank of America stelt zich dan het nederigst op. „We kunnen echt wel vaker stilstaan bij de tijd waarin we leven.”
Voorzitter Angelides is echter nog niet klaar met Blankfein. Hij is op zoek naar nog een schuldbekentenis. De bankier antwoordt: „U wilt weten of ik het niets anders zou aanpakken? Natuurlijk. Iedereen die zegt dat hij exact hetzelfde zou doen, is gek. Het liep immers niet zo goed af, of wel dan?”

Lees meer:
{ 5 trackbacks }
Comments on this entry are closed.